Uit: NRC
Handelsblad
Marcel Haenen
Zingevingsvragen van
een progressief strafpleiterspaar
Ze gelden als uiterst
discreet: het advocatenechtpaar Adèle van der Plas en Pieter Herman
Bakker Schut. Een flink aantal hoofdverdachten van de vaderlandse
drugsmaffia laat zich juridisch bijstaan door het geëngageerde
juristenduo. Voor één keer vertellen ze over domme boeven,
heksenvervolging en hun gebruik van verdovende middelen.
Ik denk dat ik gewoon heel saai ben.'' Misschien dat 't dat is, zegt ze. Dat
dit verklaart waarom Adèle van der Plas ook na bijna
twintig jaar pleiten in vaak spectaculaire strafzaken nog steeds een relatief
onbekende advocate is. De verdachten die ze in de rechtszaal verdedigt, kan het
in ieder geval niet worden aangerekend. ,,Mijn cliënten zijn een stuk
kleurrijker dan ikzelf ben'', analyseert ze bescheiden.
Dat klantenbestand heeft ze met de grootst mogelijke zorgvuldigheid
samengesteld. Van der Plas is kieskeurig. ,,Domme
boeven met een grote bek wijs ik de deur. Van die mannen die denken dat ze heel
veel voorstellen en die onredelijke eisen hebben. Daar heb ik geen zin in. Er
zijn verdachten waar ik misselijk van word en dan zorg ik dat ik er snel van
afkom.''
De advocate komt er ruiterlijk voor uit. Van der
Plas werkt het liefst voor de slimmere gangster. ,,Ik heb
cliënten die heel intelligent zijn. Je werkt in dit vak met mensen die zich
onaangepast gedragen. Ik heb natuurlijk niet voor niets interesse in de
criminologie. Mensen die opereren op het raakvlak van wat normatief juist wordt
geacht, interesseren me het meest.
,,Bij die grote strafzaken trek je intensief met een cliënt op, dus is het
belangrijk om een prettige werkrelatie met ze te hebben. Een goed niveau van
communicatie is nodig om de stukken te kunnen doornemen. Als iemand een dombo is
dan ergert mij dat continu. Ik hou er ook niet van als een klant alleen maar
huilend aan je voeten ligt. Dan heb ik toch zoiets van ja, als je buiten de
grote jongen uithangt, moet je nu ook binnen een vent zijn.''
Twintig jaar lang zijn ze een stel. Het echtpaar Pieter Herman
Bakker Schut (Haarlem, 1941) en
Adèle Gertrude van der Plas (Katwijk, 1950). Al die
jaren hebben ze ook samengewerkt als strafadvocaat. Eerst in een collektief en
sinds zes jaar in hun eigen Amsterdamse kantoor aan de Prinsengracht.
Het afgelopen jaar bracht het duo de meeste tijd zij-aan-zij door in de
rechtszaal als advocaten van wapen- en drugsverdachte Mink K. Het is de
belangrijkste strafzaak die momenteel in Nederland in behandeling is. De
38-jarige Mink werd vorig jaar door de zogeheten Kamercommissie Kalsbeek – die
de nasleep van de IRT-affaire onderzocht – aangemerkt als de min of meer
grootste gangster van Nederland. Hij zou uiterst geraffineerd en met hulp van
corrupte overheidsfunctionarissen strafrechtelijk ongemoeid inmiddels meer dan
vijftienduizend kilo cocaïne hebben weten te importeren.
Een paar maanden na het verschijnen van het Kamerrapport werd Mink opgepakt.
De politie had zijn vingerafdrukken aangetroffen in een appartement in Amsterdam
dat diende als opslagplaats voor een enorme partij wapens. De rechtbank
veroordeelde hem wegens wapenbezit tot drieënhalf jaar cel. In de speciaal
beveiligde bunker in Amsterdam-Osdorp is nu het hoger beroep gaande in deze
strafzaak.
De twee advocaten hebben er de handen vol aan. Er zijn trouwens toch maar
weinig strafpleiters die het afgelopen jaar zo nadrukkelijk opereerden in de
frontlinie van de steeds vinniger wordende drugsoorlog. Ze verdedigen
grootgrutters in hasj als Kai E. en Jack S. En twee van hun geruchtmakende
cliënten werd het drugsmilieu onlangs zelfs fataal. Op 10 oktober werd voor de
deur van zijn appartement in Amsterdam drugshandelaar Sam Klepper geliquideerd.
Twee weken daarvoor was een andere grote hasjhandelaar, Jan Femer, al hetzelfde
overkomen. Hij werd op zaterdagnamiddag 23 september doodgeschoten. De laatste
die Femer waarschijnlijk heeft gesproken was advocate Van der
Plas, met wie hij die middag een werkoverleg had.
Van der Plas mag het schertsend aan haar saaiheid
wijten, haar onbekendheid bij het grote publiek is ook het resultaat van een
welbewuste keuze om discreet te opereren. ,,De mannetjesmakerij van mijn
collega's stuit me tegen de borst. Het zijn vooral een aantal mannelijke
strafpleiters die veel te ijdel zijn. Bij hen gaat het alleen maar over de
maatpakken en de lengte van hun auto's. Ze versterken het imago van de louche
advocaat. Ze bezorgen het vak een slechte naam. En dan zeggen ze met een vroom
gezicht op tv: wij zijn de verdedigers van de rechtsstaat. Daar moet ik zo
verschrikkelijk om lachen.''
Revolutie
In de jaren zeventig leren ze elkaar kennen op het Pompe-instituut van de
Utrechtse universiteit. In deze thuishaven voor progressieve, kritische
strafrechtjuristen zijn ze allebei leerling van de hoogleraar strafrecht A.A.G.
(Toon) Peters. Ze promoveren ook bij hem. Van der
Plas moet even zoeken maar dan kan ze het alsnog tonen, het
proefschrift met beige kaft uit 1987: Revolution and Criminal Justice: the Cuban
Experiment 1959- 1982. Van der Plas, dochter van een
advocaat, heeft voor haar studie nog maandenlang een soort antropologisch
veldwerk verricht in Cuba om te zien hoe het strafrecht functioneerde in een
socialistisch systeem. Ze was in die tijd nogal links, stemde CPN en reisde in
1977 naar China met een door het bewind in Peking goedgekeurde Nederlandse
China-club.
Bakker Schut is een
jaar voor zijn echtgenote gepromoveerd. Zijn proefschrift, Politische
Verteidigung in Strafsachen, gaat over de processen die in de jaren zeventig in
West-Duitsland gevoerd werden tegen leden van de terroristische organisatie Rote
Armee Fraktion (RAF). Bakker
Schut was een van de advocaten van de RAF-verdachten, die
in die dagen moordend en ontvoerend bezwaar aantekenden tegen het gevaar van het
fascisme in de Bondsrepubliek.
Bakker Schut vertelt
dat er van de handelseditie van zijn proefschrift in Duitsland zo'n
dertigduizend stuks zijn verkocht. Met de opbrengst is zijn eigen rechtsbijstand
aan de RAF-leden gefinancierd. Tot op de dag van vandaag reist hij hiervoor nog
regelmatig naar Duitsland.
Maar ook de schoorsteen van een progressieve strafrechtjurist moet roken en
dus is Bakker Schut in de
loop der jaren steeds meer `gewone', commerciële strafzaken gaan doen. ,,De
afgelopen tien jaar zijn er ook geen controversiële, politieke strafzaken meer
geweest. De radicale oppositie, de links gemotiveerde mensen die zodanig ageren
dat ze een advocaat nodig hebben, zie ik niet meer. Tenzij ik het als oude lul
niet meer kan waarnemen.''
Voor Bakker Schut is
het werk veranderd nu de overtuigingsdaders plaats hebben gemaakt voor meer
ordinaire penose, de handelaren in illegale producten. ,,In politieke zaken moet
je bij de verdediging rekening houden met de politieke identiteit van je
klanten. In drugszaken gaat het vooral om het resultaat voor je cliënt. Ik hoef
nu veel minder op mijn tenen te lopen.
,,Bij de RAF-verdachten kon ik sympathie opbrengen voor hun ideologische
gedachtegoed: de aanvallen op Amerikaanse oorlogsinstituties die instrumenteel
waren voor de strijd in Vietnam. De daden die mijn cliënten pleegden waren iets
anders. Maar bij mijn huidige cliënten heb ik ook niets tegen de daden, de
drugssmokkel zelf. Die lokt de staat immers uit doordat de overheid weigert deze
kwestie op een andere dan strafrechtelijke manier te regelen. Drugshandel kan
gepaard gaan met wapens, maar alleen omdat de wetgever de handel illegaal heeft
gemaakt. Daar is geen speld tussen te krijgen. Iemand die het hier niet mee eens
is, accepteert op alle gebieden kapitalistische wetten met uitzondering van dit
terrein. Dat is wel erg kras.''
De door beide advocaten zo verfoeide, door de Verenigde Staten opgelegde war
on drugs dient een oneigenlijk doel, menen ze. De drugshandelaar van vandaag is
in zekere zin ook een soort van politieke gevangene, hij is namelijk het
slachtoffer van een overheidscomplot. ,,De drugsoorlog is een excuus om controle
uit te oefenen op burgers. Je moet toch iets hebben om te kunnen rechtvaardigen
dat je telefoons afluistert, dat je mensen kunt volgen en observeren. De strijd
tegen drugs biedt de Verenigde Staten ook de mogelijkheid andere landen te
controleren. Dit is de big brother is watching you-maatschappij'', zegt Van der
Plas.
,,Strafrecht heeft in het algemeen de functie van repressie en preventie.
Zoals de overheid in Duitsland ten strijde trok tegen terrorisme, is nu
drugshandel een excuus om totale controle uit te oefenen'', zegt
Bakker Schut.
Beide juristen zijn ervan overtuigd dat legalisering van gebruik en handel in
drugs een kwestie van tijd is. Dan zal de wal het schip keren. ,,Uiteindelijk
zal op de strijd tegen drugshandelaren worden teruggekeken op dezelfde manier
als we nu de heksenvervolging in de Middeleeuwen zien'', voorspelt Van der
Plas. Over de termijn van deze doorbraak durven ze geen
voorspelling te doen. ,,Misschien dat we eerst door een nog dieper dal moeten.
Verelendung'', zegt Bakker
Schut. ,,Probleem is dat het controleapparaat er steeds
meer belang bij heeft om dit systeem in stand te houden. Ja, ook de advocatuur
trouwens. Ik denk dat strafpleiten pas lucratief is geworden door de onzinnige
drugsoorlog. Pas toen er goed verdiend werd, gingen advocaten zich voor het
strafrecht interesseren.''
Veiligheidsdienst
Inlichtingen- en veiligheidsdiensten spelen volgens de strafpleiters een
steeds grotere rol in de strijd tegen drugshandel. Ook in de zaak-Mink K. is er
van hun kant en in sommige media een voortdurende suggestie dat misschien de
Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) of een buitenlands inlichtingenorgaan een
nog niet opgehelderde rol speelt. Een dienst die bijvoorbeeld in staat is
wateroverlast te veroorzaken als er een smoesje moet worden gevonden om wapens
in een appartement `weg te tippen' aan de politie, zoals de advocaten denken.
Om de achtergronden van een merkwaardig complot boven tafel te krijgen,
houden Bakker Schut en Van
der Plas het gerechtshof al dagenlang bezig met het
horen van loodgieters, journalisten, huismeesters en agenten. ,,Wij vermoeden
dat de BVD de flat waar de vingerafdrukken van Mink en de wapens zijn gevonden,
al lang op het oog had. De BVD weet ook wie er achter deze wapenhandel zit maar
hoe het echt zit, kunnen we maar niet achterhalen'', zegt Van der
Plas.
Er gebeuren genoeg gekke dingen, dus achterdocht is gerechtvaardigd, vindt
Van der Plas. Toen de rechtbank begin dit jaar achter
gesloten deuren de zaak Mink K. behandelde, bleek de conversatie, waaruit
voorzichtig kon worden opgemaakt dat Mink op de een of andere manier ook
informant is van het opsporingsapparaat, in de perskamer te volgen. Bij
vergissing was een microfoon niet uitgezet, zo heette het.
En er was meer, zeggen de advocaten. Ze schetsen ze een reeks gebeurtenissen
die moeiteloos past in het script van een nieuwe fantastische dertiendelige
tv-misdaadserie. Mink werd een paar maanden geleden halsoverkop per helikopter
vanuit Amsterdam overgeplaatst naar de strengste gevangenis, de EBI in Vught,
omdat een commando van Joegoslaven en Russen hem zou willen bevrijden. Een tas
met vertrouwelijke spullen over Mink is deze zomer bij Van der
Plas van haar fiets getrokken. En het allerergste: twee
vrienden van Mink zijn om nog onopgehelderde redenen doodgeschoten. In beide
gevallen gebeurde de liquidatie 24 uur na een zittingsdag in de strafzaak van
Mink. Eén van de verklaringen voor de moorden zou zijn dat de onderwereld bezig
is vermoedelijke politie-informanten, verraders uit de weg te ruimen.
,,Het voelt niet lekker wat er allemaal gebeurt'', zegt Van der
Plas geheimzinnig. ,,Het is niet voor niets dat veel mensen
uit het criminele milieu inmiddels ondergedoken leven.'' Wát er dan aan de hand
is, wil of kan de advocate niet zeggen. ,,Het is in ieder geval opvallend, vind
je niet? En ik wil tot op de bodem uitzoeken wat er speelt.''
Doordat controle op het werk van inlichtingendiensten niet of nauwelijks
mogelijk is, zullen er voorlopig nog veel onopgeloste raadsels zijn op het al
jaren onrustige gebied van de misdaadbestrijding in Nederland. De advocaten
wijzen erop dat ook de twee parlementaire enquêtecommissies die de
misdaadbestrijding onderzochten, nooit toestemming kregen buitenlandse
liaison-agenten te horen. Zij beriepen zich op hun diplomatieke
onschendbaarheid.
,,Na de IRT-enquête van 1995 is geregeld dat de bevoegdheden en acties van de
criminele inlichtingendiensten (CID's) van de politie controleerbaar moeten
zijn. Maar nu blijkt dat de BVD al die geheime, voor de rechter niet te toetsen
activiteiten overneemt. Er is een nieuw grijs veld in het strafproces omdat de
BVD vrijelijk haar gang kan gaan'', zegt Van der
Plas.
Met de parlementaire enquêtes over de misdaadbestrijding zijn we in ieder
geval niet veel wijzer geworden, vinden de advocaten. ,,De ware reden achter het
massaal doorlaten van drugs met hulp van het opsporingsapparaat is nog steeds
niet bekend'', verzekert Bakker
Schut. Pas na enig aandringen, geeft hij geheimzinnig
uitleg: ,,Je moet het richting buitenland zoeken. De inlichtingendiensten en
ideologie zitten erachter. Nederland is in de ogen van het buitenland te veel
een buitenbeentje. De inlichtingendiensten proberen Nederland helemaal in de
hoek te zetten, zodat het afgelopen is met het liberale drugsbeleid. We komen er
nog wel achter, ook al wordt er een ongelooflijke hoop mist verspreid. Ik
formuleer het ingewikkeld omdat ik in dit stadium er nog niets over kan zeggen
dat begrijpelijk is.''
Zelfs een aantal van hun grote cliënten zeggen volgens
Bakker Schut ,,nog steeds niet
te begrijpen dat ze in de IRT-periode zo makkelijk drugs konden importeren''.
Toch is het volgens hem niet aan omvangrijke corruptie te danken dat een aantal
lieden zonder noemenswaardige strafrechtelijke moeilijkheden royaal drugs konden
importeren. ,,Er is wel corruptie, maar die is niet maatgevend voor wat er in de
IRT-periode begin jaren negentig gebeurd is. Cliënten weten soms wanneer er een
huiszoeking volgt, maar het is doorgaans niet zo dat ze kunnen verhinderen dat
er een politieonderzoek naar ze geopend wordt. Het is meer zo dat grote
handelaren te slim zijn om zich traceerbaar te laten pakken voor een partij
drugs. Het gros van de criminelen is geen hoogvlieger, maar de slimme boef had
net zo goed chief executive officer bij Akzo Nobel of hoofdcommissaris van
politie kunnen zijn. Een intelligente handelaar zorgt goed voor de medewerkers.
Hij smijt het geld niet over de balk en komt afspraken met concurrenten na. Als
je dan ook nog zorgt dat de vrouwen niet worden verneukt, heb je alle risico's
afgedekt'', verzekert Bakker
Schut.
,,Ja, natuurlijk is drugshandel makkelijk. Het is onbegrijpelijk dat er niet
veel meer intelligente mensen zijn die dit doen. Dit is een sector waar je goud
kunt verdienen als je het handig aanpakt. En dan doe je ook nog sociaal nuttig
werk als je voor goede stuff zorgt.''
Van de IRT-rechercheurs staan nu alleen – in hoger beroep – de Haarlemse
ex-agenten Langendoen & Van Vondel terecht. Ze moeten zich verantwoorden
voor meineed omdat ze zouden hebben gelogen over door hen verrichte betalingen
aan een infiltrant. Langendoen en Van Vondel organiseerden het doorlaten van
drugs.
Zijn deze twee mannen, die inmiddels als privé-detectives of adviseur werken,
degenen die het opsporingsapparaat doelbewust op tilt hebben laten slaan? ,,Ik
geloof helemaal niet dat Langendoen en Van Vondel een corrupte rol hebben
gespeeld. Voor zover ik weet, is daar geen sprake van. Er moesten barbertjes
hangen en daarom zijn deze twee vervolgd.''
En dan volgt in het gesprek het enige moment dat
Bakker Schut overrompeld lijkt
door een vraag. Of het klopt dat Langendoen inmiddels aan hun advocatenkantoor
betaalde adviezen verstrekt die in strafzaken worden gebruikt?
,,Van wie heb je dat gehoord?'', vraagt Bakker
Schut. ,,Daar doen wij nooit uitspraken over. Om
allerlei redenen niet. Want dat zou ons beroepsgeheim schenden.''
Ayahuasca
Het komend voorjaar zal Van der Plas optreden in
een drugszaak waar ze haar bevlogenheid goed kan gebruiken. Een jaar of zes
geleden werd zij geconsulteerd door Nederlandse leden van de Braziliaanse Santo
Daime-kerk. Ze wilden weten of het ritueel van deze beweging waarin het gebruik
van geestverruimende ayahuasca-thee centraal staat, in Nederland is toegestaan.
Twee kerkleiders zullen zich binnenkort voor de strafrechter moeten
verantwoorden omdat er in de thee een stof zit die de Opiumwet verbiedt.
Van der Plas en Bakker
Schut zijn inmiddels zelf enthousiaste pleitbezorgers
van de regenwouddrug. ,,Een onvoorstelbare mystieke beleving. Het gezegde: er is
meer onder de zon is voor mij nu niet langer een frase'', zegt
Bakker Schut.
,,Ayahuasca geeft me nieuwe inzichten'', zegt Van der
Plas. ,,Het psychedelische effect is dat het licht wordt
aangedaan in een deel van het onderbewuste. Dus je komt de gruwelijke dingen en
de prachtige dingen van jezelf tegen. Je gaat door een stuk verleden en je
probeert te grijpen naar andere dimensies: wat is er ná het leven en wat was
ervóór? Allemaal zingevingsvragen. Ik vind het heel intrigerend. En welk recht
heeft een officier van justitie, die in het weekeinde misschien een krat bier
drinkt, om mij dit middel te ontzeggen? Je kunt heel zinvol met drugs omgaan als
je maar niet bang wegloopt. Je moet het op een intelligente manier reguleren.''