Geplukt van een website: ,,Natuurlijk laat de Wereldbank het vuile werk van het vermoorden van vakbondsmensen, milieubeschermers en leiders van de vrije pers over aan corrupte regeringen. Dat is een efficiënte arbeidsverdeling." De Wereldbank (en het IMF) als moordenaar, het geeft wel weer hoe groot de haat is.
Hoofdpunt van de kritiek is dat het IMF en de Wereldbank de globalisering van de wereld bevorderen en daarmee de ellende onder de armen vergroten. Globalisering zou ook een ramp voor het milieu zijn. Globalisering is niets anders dan het steeds verder verkleinen van de onderlinge handelsbeperkingen in de wereld. De aarde moet op den duur veranderen in één grote vrijhandelsmarkt. Alle bedrijven op de wereld zijn dan vrij om overal alles te kopen en te verkopen.
Volgens de voorstanders is globalisering het beste medicijn voor de economische ziektes van de arme landen. Die kunnen hun armoede niet beter bestrijden dan door toe te treden tot die geglobaliseerde wereld. Ze zullen delen in de toenemende welvaart en kunnen daardoor zorgen voor armoedebestrijding, voor onderwijs, gezondheidszorg en voor een modernisering van hun land.
De tegenstanders zien globalisering vooral als een truc van de rijke landen om nog meer welvaart te bereiken ten koste van de armen in de wereld. De drie welvarende blokken, Amerika, Europa en Japan, zijn wel bereid om de arme landen een beetje te helpen, maar uiteindelijk jagen ze alleen maar op meer, meer, meer voor zichzelf. En ze zullen ook niet terugschrikken voor het verwoesten van het milieu in de Derde Wereld als ze daar beter van kunnen worden.
De voorstanders van globalisering hebben hun argumenten. Ze wijzen erop dat er veel van de leningen aan arme landen zijn misbruikt door de landen zelf. Wereldbank en IMF gaven geld voor diverse ontwikkelingsprojecten, maar corrupte regeringsleiders spekten hun eigen portemonnee. Of financierden met geleend geld hun oorlogen. Diverse Afrikaanse staten doen momenteel mee aan de smerige oorlog in Congo. Kwijtschelding van de schulden betekent gewoon dat ze langer door kunnen vechten. De arme landen hebben vooral zelf schuld aan hun ellendige situatie. Opnieuw aan hen geld lenen zonder strenge voorwaarden, is geld storten in een bodemloze put.
De tegenstanders zeggen dat globalisering steeds nadelig werkt voor de arme landen. Kijk naar Afrika, stellen ze, hoe vrijer de markt is geworden, des te slechter is het daar met de economie gegaan. In 1987 verdiende de gemiddelde Afrikaan nog 670 dollar per jaar, nu is dat 520 dollar. Het aantal mensen in Afrika dat van één dollar per dag moet leven is sterk gestegen tot 40% van de bevolking. Op de hele wereld zijn er 1,2 miljard mensen voor wie slechts twee dollar per dag beschikbaar is. De tegenstanders wijzen ook op de kloof tussen rijk en arm in de wereld die steeds groter wordt. Dat geldt voor landen en ook voor personen. Wanneer de 200 rijkste mensen op de wereld één procent van hun bezit zouden weggeven, dan zouden alle kinderen op de wereld lager onderwijs kunnen volgen.
De Wereldbank en het IMF zijn niet ongevoelig voor de kritiek. De president van de Wereldbank, James Wolfensohn, noemde het een ,,misdaad'' dat de ontwikkelingshulp de laatste tien jaar is geslonken. Hij wijst er wel op dat er voor het einde van het jaar 67% van de schulden van de armste landen zal zijn kwijtgescholden. Tegenstanders zouden zeggen: die kwijtschelding bedraagt slechts zo'n 20 miljard dollar, dat is een peanut voor de rijke landen.