Fortuyns hoogmoed komt voor de val (11 februari 2002)


Fortuyns hoogmoed komt voor de val






weekkrant / 11 februari

• Gs • Mij

Fortuyns hoogmoed komt voor de val


Pim Fortuyn is lijsttrekker af. Het bestuur van Leefbaar Nederland heeft hem aan de kant gezet. De aanleiding was een interview in de Volkskrant waarin Fortuyn dingen zegt die niet stroken met het partijprogramma van Leefbaar Nederland. Fortuyn vindt dat Nederland vol is en dat er dus helemaal geen asielzoekers meer toegelaten moeten worden. Maar op het partijcongres van Leefbaar Nederland had hij beloofd dat hij dit soort uitspraken niet meer zou doen. In de media en bij de andere politieke partijen heeft vooral Fortuyns opmerking over artikel 1 in de Grondwet over het verbod op discriminatie kwaad bloed gezet.


Het bestuur van Leefbaar Nederland nam in november een flink risico toen het Pim Fortuyn als lijsttrekker voordroeg. Het was allang bekend hoe Fortuyn dacht over asielzoekers. Bovendien had hij zich in columns en boeken al geregeld laatdunkend uitgelaten over de islam. Wát Fortuyn in de Volkskrant heeft gezegd, hoeft dus eigenlijk niemand te verbazen. Maar wel dát hij het heeft gezegd. Dat was niet zo slim van hem. Hij had op zijn tien vingers kunnen natellen dat het bestuur het niet zou pikken als hij zich niet aan de afspraken houdt. Waarschijnlijk heeft hij gedacht: ik ben zo'n fantastische stemmentrekker, ik kan wel een potje breken. Maar hoogmoed kwam weer eens voor de val.


Het is geen wonder dat de uitspraken van Pim Fortuyn telkens weer voor grote commotie zorgen. Het probleem is dat ze vaak zo generaliserend zijn. In het Volkskrant-interview ook weer. ,,De islam is een achterlijke cultuur'', zegt hij. En: ,,Gereformeerden liegen altijd.'' En: ,,Als je een echte vluchteling bent dan stap je toch niet op een vliegtuig naar Nederland?'' Het zijn krachtige uitspraken - vaak ook aantrekkelijk geformuleerd - en dat verklaart aan de ene kant waarom Pim Fortuyn zoveel aanhang krijgt. Maar tegelijkertijd versimpelen ze ingewikkelde kwesties op een onverantwoorde manier en kunnen ze bovendien discriminerend en kwetsend zijn.


Maar Pim Fortuyn heeft er geen probleem mee als mensen discriminerende dingen zeggen. Hij vindt ‘vrijheid van meningsuiting’ belangrijker. In de Volkskrant zegt hij letterlijk: ,,Ik ben ook voor afschaffen van dat rare Grondwetsartikel: gij zult niet discrimineren. Prachtig. Maar als dat betekent dat mensen geen discriminerende opmerkingen meer mogen maken, en die maak je in dit land nogal snel, dan zeg ik: dit is niet goed. Er is wel een grens en die vind ik heel belangrijk: je mag nooit aanzetten tot fysiek geweld. Dat kan een rechtsstaat zich niet permitteren.''


Op het eerste gezicht lijkt er inderdaad een zekere spanning te bestaan tussen artikel 1 (dat ‘rare Grondwetsartikel') en artikel 7 waarin de vrijheid van meningsuiting is geregeld. Maar eigenlijk is dat nu juist het interessante van de Grondwet. Het gaat erom dat wetgever en rechter er, met de Grondwet in de hand, in de praktijk voor zorgen dat allebei die mensenrechten (gelijke behandeling en vrijheid van meningsuiting) gerealiseerd worden.


Artikel 1 zegt niet dat mensen geen discriminerende dingen mogen zeggen. Het artikel regelt dat de overheid er (via wetgeving en rechtspraak) zorg voor moet dragen dat mensen niet onrechtvaardig behandeld worden op grond van bijvoorbeeld hun ras of geloof. Dat betekent dat mensen vervolgd kunnen worden als ze anderen discrimineren. Maar het betekent niet dat ze helemaal geen controversiële dingen mogen zeggen. Het strafrecht geeft ons die ruimte in Nederland, zegt hoogleraar rechtsfilosofie A. Soeteman, en dat is maar goed ook.


,,Fortuyn noemt de islamitische cultuur een onwaardige cultuur, maar dat maakt hem nog niet meteen strafbaar'', zegt Soeteman. ,,Fortuyn is een idioot en zo’n uitspraak is beledigend en beneden alle peil. Maar de vrijheid van meningsuiting is in onze rechtsorde ook een groot goed. Het heeft niet altijd zin om dan meteen naar het wapen van het strafrecht te grijpen. De bepalingen in het strafrecht zijn bedoeld om individuen te beschermen als hen deelname aan het publieke leven wordt ontnomen op grond van ras of sexe. Maar discriminerende uitlatingen kun je vaak beter met een publieke respons pareren.''


Dat zo'n publieke respons veel effect kan hebben, heeft Pim Fortuyn afgelopen weekend moeten ervaren. Leefbaar Nederland heeft hem eruit gewerkt. In het tv-programma Netwerk zei hij zondag dat de kiezers erop kunnen rekenen dat hij hen niet laat vallen. Desnoods komt hij met een eigen kieslijst (hij heeft tot 18 februari de kans om zich met een eigen groepering te laten registreren). Want Pim Fortuyn ziet de politiek als zijn nieuwe opdracht. Hij wil minister-president worden.



Artikel 1

  • Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.


Artikel 7

  1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
  2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisieuitzending.
  3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.
  4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.