‘Geen paniek zaaien over onveiligheid op straat’ (4 maart 2002)


‘Geen paniek zaaien over onveiligheid op straat’







weekkrant / 4 maart

• Mij

‘Geen paniek zaaien over onveiligheid op straat’


Veiligheid is hét grote verkiezingsthema dit jaar. Zowel in de campagnes voor de landelijke verkiezingen als in de gemeenten. De lijsttrekkers buitelen over elkaar heen met beloften voor meer geld en menskracht voor politie en justitie. De politici spelen daarmee in op de gevoelens van onveiligheid bij de kiezers.


Uit de enquête over de gemeentepolitiek op de website van NRC Handelsblad blijkt dat de kiezers de veiligheid het belangrijkste item vinden waar de lokale overheden aandacht aan moeten besteden. En dan bedoelen ze vooral de veiligheid op straat: uitgaansgeweld en straatroof.


We moeten geen paniek zaaien, zegt hoogleraar criminologie aan de Groningse Universiteit dr. W. De Haan. Je zou bijna bang worden van de grote toename van het aantal straatroven als je de berichten leest. Hij zou de cijfers graag willen nuanceren. Het delict wordt serieuzer genomen, zegt hij. Niet elke straatroof is even ernstig. Tegenwoordig worden ook lichtere gevallen als straatroof geregistreerd, bijvoorbeeld kinderen die elkaar een blikje cola of snoep afpakken op het schoolplein. ,,Dat verklaart een deel van de toename.'' En vergeet niet dat we ons steeds meer onveiliger voelen omdat we steeds vaker zeggen dat het onveilig is.


De extra inspanning van de politie leidt niet alleen tot meer registratie, maar wel degelijk ook tot een afname van het aantal straatroven. In Amsterdam bijvoorbeeld is het aantal straatroven onder toeristen en ouderen afgenomen door intensiever optreden van de politie. Ook straatroof als overlevingscriminaliteit door daklozen, alcoholverslaafden en zwervers, die vaak elkaar beroven, neemt in Amsterdam af.


Maar landelijk, zegt De Haan, neemt het probleem inderdaad toe. Zowel in de andere grote steden als in de provinciesteden. En dat is niet de enige verschuiving die hij constateert. De Haan: ,,De meeste straatroven worden niet meer in het centrum gepleegd, maar in achterstandsbuurten. We moeten wel oppassen dat we daar niet een concentratie van het probleem krijgen.''


Straatroof is in die achterstandsbuurten een onderdeel geworden van de jeugdcultuur. ,,Slachtoffers én daders zijn vaker jongeren tussen de twaalf en achttien jaar'', zegt De Haan. Maar ook anderen zijn slachtoffer. ,,Als iemand ’s nachts dronken over straat zwalkt, is dat een makkelijk slachtoffer. Vrouwen die in buurten wonen met veel jongeren, lopen een groter risico. Maar in bepaalde buurten, bijvoorbeeld de Amsterdamse Bijlmer, is iedereen de klos.’’


Volgens De Haan is het plegen van straatroven aan leeftijd gekoppeld. ,,Vaak beginnen jongeren met diefstal zonder geweld, maar worden ze pas opgepakt na een straatroof. De verleidingen voor jongeren zijn groot. Ze vinden het spannend en het is een relatief makkelijke manier om iets te krijgen dat ze graag willen hebben. Tegenwoordig zijn dat mobiele telefoons, vroeger waren leren jasjes, Nike-schoenen of dure fietsen. Maar de meeste jongeren houden ermee op als ze ouder worden en meer verantwoordelijkheid krijgen. Straatroof is een delict waarop neergezien wordt door oudere jongens. Zij vinden een straatrover een loser.''


 


Gsm meest gewild object bij straatroof


Mobiele telefoons zijn het meest geliefde doelwit van straatrovers. En een belangrijke oorzaak van de toename van het aantal berovingen. Twee jaar geleden was driekwart van de berovingen op straat gericht op jatten van een mobieltje, zegt de politie Amsterdam-Amstelland. In het jaarverslag 2000 meldt het korps dat veel daders, vaak scholieren, het stelen van een gsm even onschuldig achtten als het stelen van een gummetje in een warenhuis. Zij hadden er geen benul van dat op dit delict een maximumstraf staat van acht jaar cel.


Om de mobiele telefoon een minder aantrekkelijk doelwit te maken, bedacht de politie Amsterdam-Amstelland begin 2001 de ‘gsm-bom’. Het principe daarvan is simpel: de politie stuurt elke vijf minuten een sms’je naar de gestolen telefoon, waarin gemeld wordt dat de telefoon gestolen is en dat deze ingeleverd dient te worden bij de politie.


Er is één maar: de politie kan de sms'jes alleen versturen als zij de zogenoemde IMEI-code van de mobiele telefoon kent. Dat is een unieke code die op het scherm van de gsm verschijnt als de combinatie *#06# ingetoetst wordt. Bezitters van een mobiele telefoon doen er dus goed aan deze code op te vragen en te onthouden.


Het experiment in Amsterdam-Amstelland was succesvol. De gsm-bom liet het aantal straatroven-om-een-mobieltje dalen met 60 procent. Sinds vorige week bestookt ook de politie Rotterdam-Rijnmond gestolen gsm's met sms'jes. In deze politieregio draait 33 procent van de straatroven om mobiele telefoons. Als het ligt aan het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing krijgt de gsm-bom ook navolging in de rest van het land. Inmiddels wordt de gsm-bom ook gebruikt in Engeland, Zwitserland, Duitsland, Italië en België.